“Er zijn altijd meerdere alternatieven voor een technisch vraagstuk”

“Er zijn altijd meerdere alternatieven voor een technisch vraagstuk”

line

Als een onderneming haar 65 jarig jubileum viert, is dit zonder twijfel hét bewijs dat men al meer dan een halve eeuw goed bezig is. AXIS & Stuifmeel B.V. in Waddinxveen vormt daar geen uitzondering op en 2020 had dan ook een feestelijk jaar moeten worden met een echte ‘jubileumstand’ op de WoTS. Helaas heeft Covid-19 hier een stokje voor gestoken, wat niet wegneemt dat we met directeur Perry Eijhout natuurlijk wel uitvoerig kunnen terugblikken en vooral vooruitkijken.

De heer J.C.A.E. Stuifmeel richtte 65
jaar geleden Stuifmeel Techniek op.

Het begon allemaal in 1955 met de oprichting van Stuifmeel Techniek in Lelystad dat zich vooral focuste op elektrische systemen en componenten. Zo’n twintig jaar later werd in Waddinxveen AXIS Aandrijvingen opgericht, dat zich specialiseerde in mechanische en elektromechanische aandrijftechniek. Beide ondernemingen groeiden gestaag, maar omdat de marktvraag in de loop der jaren steeds meer verschoof van productgericht naar oplossingsgericht, hadden beide ondernemingen behoefte aan verbreding van hun mogelijkheden. Aangezien er duidelijk sprake was van complementaire programma’s, werden beide ondernemingen in 2003 samengevoegd tot AXIS & Stuifmeel B.V. Door deze krachtenbundeling ontstond een multidisciplinair bedrijf met vijf verschillende technologiepijlers, te weten Aandrijftechniek, Lineair techniek, Motion Control, Magneet- & Elektrotechniek en Pneumatiek & Ventieltechniek. Met een brede expertise in diverse vakgebieden, gecombineerd met bijna 100 jaar cumulatieve ervaring, kan AXIS & Stuifmeel met het huidige, veelzijdige, productenpakket veelal meerdere alternatieven voor specifieke vraagstukken presenteren. Daarmee wordt een stevige basis gelegd voor zowel technisch als economisch (lage TCO) perfecte oplossingen.

Internet paradox
  We vroegen Perry Eijhout waarin AXIS & Stuifmeel zich onderscheidt in de markt? “Al jaren geleden zagen we dat het voor ontwerpers steeds moeilijker werd om de juiste keuzes te maken. Dit klinkt vreemd, want je zou haast denken dat dit door de opmars van internet juist makkelijker zou zijn geworden. Integendeel zou ik haast willen zeggen. Als je goed overweg kunt met zoekmachines, kun je op internet vaak heel snel componenten vinden die in principe geschikt zijn als oplossing voor een motion vraagstuk. Maar is dit de meest optimale oplossing? Kunnen die componenten bijvoorbeeld wel goed samenwerken? En wat kost het totaalplaatje zowel qua aanschaf als in het gebruik? Dan hebben we het over Total Cost of Ownership (TCO). Het lijkt leuk om het allemaal zelf vanachter je PC uit te vinden, maar dit leidt zeker niet automatisch tot de perfecte oplossing. Dat zou je de ‘internet paradox’ kunnen noemen. Want des te groter het aanbod, des te moeilijker is het in feite om de juiste keuzes te maken.”

 Verschillende generaties
   “De grote uitdaging voor nu is ook: ‘Hoe bereik ik als aanbieder de verschillende generaties die momenteel in bedrijven naast elkaar werken?’,” vervolgt Perry Eijhout. “Zo zijn er de babyboomers (geboren tussen 1945-1955) die nog conventioneel zijn opgeleid, veel praktijkervaring hebben en nu tegen hun pensioen aan zitten. Daar vlak onder zit de eveneens ervaren X-generatie (1955-1970) die ook goed met digitale technologie overweg kan en vervolgens zijn er de Y-generatie (1970-1985), de Millennials (1985-2000) en de ‘digitale’ Z-generatie (na 2000). Normaal gesproken doen constructeurs en ontwerpers hun kennis op via het bezoeken van vakbeurzen, lezen van vakbladen, nieuwsbrieven en blogs, deelname aan seminars, volgen van groepen op LinkedIn, etc. Maar of de Millennials en de Z-generatie dat allemaal doen is zeer de vraag. Hoe spreek je die aan en vooral: hoe komen zij aan goede, betrouwbare informatie? Uitsluitend online gaat dat in mijn ogen niet lukken. En ook al zouden ze naar een beurs of seminar willen, die zijn er voorlopig niet en daarom is het juist nu verstandig om goede contacten te onderhouden met leveranciers. Die weten immers als geen ander wat binnen hun programma’s de nieuwste ontwikkelingen zijn. Gebruik die kennis en ervaring, want dat legt de basis voor innovatieve, technisch perfecte oplossingen met een gunstige prijs/kwaliteit verhouding.”

Duwkettingen zijn een aparte categorie binnen de markt
van lineaire aandrijvingen. Ze nemen uiterst weinig plaats in,
terwijl ze in staat zijn om zware voorwerpen zoals hefplateaus,
liften en podia over afstanden tot 30 meter te verplaatsen!

Veel alternatieven
   Maar hoe weet een constructeur welke leverancier die perfecte oplossing biedt? Er zijn immers meerdere ‘experts’. Perry Eijhout heeft daar een duidelijke mening over: “Als een leverancier slechts met één voorstel komt, dan lijkt dat al snel op: ‘Wij van WC-Eend, adviseren WC-Eend.’ Heeft die leverancier maar een of twee merken en/of producten in huis, dan klopt die gedachte ook wel. Onze insteek is heel anders. Ten eerste hebben we verschillende disciplines in huis (mechanisch, elektrisch, pneumatisch, elektro-hydraulisch). Ten tweede hebben we binnen die afzonderlijke disciplines weer meerdere alternatieven in de vorm van verschillende merken en typen. Neem lineaire techniek.
Daarin bieden we elektrische actuatoren in verschillende prijs- en prestatieklassen. Van economische actuatoren die specifiek geschikt zijn voor laag- tot mediumfrequent gebruik met een korte inschakelduur tot en met servo-actuatoren die ingezet kunnen worden voor intensief gebruik. Bovendien hebben we daarnaast ook lineaire oplossingen in huis op basis van duwkettingen, pneumatische en elektro-hydraulische actuatoren. Dus niet alleen qua werkingsprincipe bieden we verschillende alternatieven, ook hebben we zowel oerdegelijke A-merken, als alternatieve merken in huis, waaronder ons ‘huismerk’ AxiPro. Deze producten  zijn goedkoper dan A-merken, maar technisch gezien en qua duurzaamheid niet per se minder. Dat hangt immers sterk af van de toepassing en de gebruiksintensiteit. Wil je een paar keer per dag een machine-aanslag automatisch verstellen, dan ga je daar natuurlijk geen ‘Rolls Royce onder de actuatoren’ voor gebruiken, maar een goede alternatieve actuator die deze taak perfect vervult, significant goedkoper is de laagste TCO oplevert.”

Cost Down
  Volgens Perry Eijhout speelt er momenteel een aantal duidelijke trends in de technisch-industriële wereld. De eerste, die overigens al jaren speelt, is ontzorging. De tweede is kostprijsverlaging, ofwel Cost Down, waarvoor AXIS & Stuifmeel zelfs een QuickScan heeft ontwikkeld. De derde trend is energiebesparing. “Ontzorgen betekent dat je altijd klaar staat voor je klanten en een groot aantal componenten direct uit voorraad kunt leveren, gecombineerd met een goede after-sales service,” aldus Perry Eijhout. “Daar scoren we goed mee omdat bedrijven zelf geen voorraden willen (kost ook geld). Daarnaast willen ze flexibeler produceren waardoor ze op verschillende momenten hun onderdelen toegeleverd willen hebben. We zien daarbij ook dat de vraag naar (deels) gemonteerde units toeneemt. Deze kunnen 1:1 in de productielijn worden gemonteerd, waarmee de productiesnelheid wordt verhoogd tegen veelal lagere kosten. Op die toenemende vraag spelen wij goed in en dat geldt ook voor de tweede trend: kostprijsverlaging, waarvoor we een uniek Cost Down programma hebben geïntroduceerd.”

QuickScan
   “Essentieel bij het vinden van betere en prijstechnisch interessantere oplossingen is dat je ontwerpvraagstukken altijd van verschillende kanten moet aanvliegen: technisch, functioneel, esthetisch, qua impact op het milieu, duurzaamheid, energiegebruik en uiteraard ook financieel (TCO),” vervolgt Perry Eijhout. “Dat kun je doen bij het ontwikkelen van nieuwe constructies en machines, maar ook bij het analyseren van bestaande ontwerpen. Daarvoor hebben we als onderdeel van het Cost Down-programma een QuickScan ontwikkeld, die al in verschillende gevallen tot interessante besparingen heeft geleid. Met behulp van deze tool is een minimale kostprijsverlaging van 3,8% binnen handbereik, maar we hebben bij een reeds bestaande toepassing ook al 80% besparing gerealiseerd met alternatieve oplossingen. De basis hiervoor is een betere invulling van de ontwerp-eisen met componenten die hier optimaal op afgestemd zijn. Veel machines en systemen zijn op belangrijke detailpunten vaak overbemeten. Dit veelal uit veiligheid. Resultaat is dat er in veel gevallen een te zware en/of te grote actuator, tandwielkast of elektromotor wordt toegepast. Die maken het eindresultaat duurder en zwaarder, maar niet per se beter. Door de kwaliteit, duurzaamheid en andere componenteigenschappen exact af te stemmen op de gebruikseisen, wordt overdimensionering voorkomen en ben je kostprijstechnisch veel beter bezig. Daarom willen we dus ook graag weten wat iemand van plan is met bijvoorbeeld een lineaire actuator of tandwielkast. Welke gedachte zit erachter? Wat wil je op welke manier aandrijven? Met die kennis en ons brede programma kunnen we precies de juiste oplossing adviseren. Niet te licht, niet te zwaar, niet te goedkoop, maar zeker ook niet te duur. Precies goed dus. Dat is de essentie van Cost Down.”

Met als doel vervaging van hydrauliek door
elektrische aangedreven systemen koos
NIJL Aircraft Docking voor de aandrijving van
loopbruggen in het taildock van widebody
vliegtuigen als de A380, B747, A330 en A340 voor sterke,
nauwkeurige en
energiebesparende spindelhefelementen

Elektrificatie
   “Een andere actuele trend binnen de aandrijfwereld is en blijft energiebesparing,” stelt Perry Eijhout. “Deze trend is verder aangewakkerd door de ‘informatieplicht energiebesparing’ die medio vorig jaar  in werking is getreden. Hierdoor kijken bedrijven nu veel kritischer naar het energiegebruik van machines en systemen. Dit uit zich onder meer in een opmars van elektrische actuatoren als vervanging van pneumatische en soms zelfs hydraulische actuatoren. Omdat perslucht een dure energiedrager is en een persluchtsysteem continu onder druk gehouden moet worden, is het heel interessant om te analyseren welke voordelen de overstap op elektrische actuatoren binnen bereik kan brengen. Zo resulteert bijvoorbeeld alleen al de vervanging van een pneumatische cilinder met een diameter van 55 mm en een slag van 300 mm bij een frequentie van 5 slagen/min door een elektrische actuator in een energiebesparing van 110 euro/jaar. Persluchtlekkages zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. Elektrische actuatoren hebben daarnaast het voordeel dat ze nauwkeuriger bewegingen binnen bereik brengen. Lucht is en blijft immers samendrukbaar, met als gevolg dat servo-pneumatiek een veel lagere positioneernauwkeurigheid heeft dan elektrische actuatoren. Via ons Cost Down-programma zijn er ook op andere fronten besparingen te realiseren. De mogelijkheden op dat vlak worden dankzij voortdurende innovaties constant verruimd waardoor we machinebouwers steeds betere oplossingen kunnen voorschotelen. Ik kijk dan ook vol vertrouwen uit naar het volgende jubileum.”

Een prachtig artikel in de laatste editie #8/2020 in AT-Aandrijftechniek

Meld je aan op onze nieuwsbrief